WELKOM » Tekst HondenverTaal

Tekst HondenverTaal

 

Met de beste bedoelingen, maar toch te veel?

 
Met de beste bedoelingen, maar toch te veel?

Veel hondeneigenaren zijn ervan overtuigd dat je honden goed moe moet maken, ze als het ware non-stop actie moet bieden. Behendigheid, gehoorzaamheid, dogdance, mantrailing, longeren – het aanbod is groot en er wordt ook veel gebruik van gemaakt. Van jongs af aan is de hond druk bezet: puppyklas, jongehondencursus, gevorderdencursus.
De moderne en verantwoordelijke eigenaar van de hond is goed op de hoogte, heeft een kast vol hondenboeken en is actief in diverse fora op het internet. Kort gezegd: hij – en dat geldt ook voor mijzelf – wil het beste voor zijn hond! Immers, "Voor ons zijn het slechts een paar jaar, voor hem is het zijn hele leven". Maar schieten we wellicht het doel voorbij? Kan je ook teveel doen?

Ook wij als dierenartsen raden sinds jaar en dag aan zoveel mogelijk tijd en moeite in de hond te investeren. Wij hebben ons zeer beijverd het publiek te winnen voor het concept van puppyklassen. Ook hebben we erkende en zelfbenoemde gedragsspecialisten nagepraat, dat het zeker slecht zou aflopen wanneer je, bijvoorbeeld, een Border Collie niet van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat bezig zou houden. Zogenaamde hondenfluisteraars als Cesar Millan verlangen lange wandelingen (of moet ik zeggen 'marsen'?) in een vlot tempo met de hond aangelijnd. Een hele industrie houdt zich inmiddels bezig met het opleiden, het soort-specifiek bezighouden en plezieren van onze honden.


In ruil daarvoor, zogezegd als een soort van rendement op onze investeringen, verwachten we van onze hond niets minder dan perfectie. Vrolijk, speels en zelfs uitgelaten moet hij zijn, maar liefst alleen wanneer en waar het ons in onze kraam te pas komt - en de samenleving uitkomt. Zelfverzekerd en zelfstandig moet hij zijn, maar tegelijk moet hij slaafs de kleinste van onze instructies opvolgen.
Na al onze inspanningen moet hij perfect gesocialiseerd zijn, de ideale pacifist. Want als hij maar één keer gromt naar een soortgenoot, laat staan die zelfs bijt, wordt hij direct als een asociale probleemhond aangemerkt. Die alleen door middel van uitgebreide therapeutische maatregelen weer op het pad der deugd kan worden gebracht.


Gaan we misschien te ver? Vragen we te veel? Kan het zijn dat we met de beste bedoelingen aan de werkelijke behoeften van onze honden voorbijgaan? Helaas is het namelijk zo, dat ik het subjectieve gevoel heb dat ik de laatste jaren niet minder, maar juist meer honden met psychische problemen zie in mijn praktijk. Vooral stress en angststoornissen lijken sterk toe te nemen. En dat uitgerekend bij de honden, waarmee op het eerste gezicht alles correct is gedaan.
Wellicht is het tijd, om onze ideeën over wat onze hond wil of moet eens kritisch onder de loep te nemen. Behulpzaam kan daarbij zijn, dat het wetenschappelijk onderzoek naar honden zijn blik in de afgelopen jaren steeds meer heeft gericht op het gedrag en de sociale structuren van zwerfhonden. Wat is daarbij ontdekt? Nou, in de eerste plaats dat honden die zelfstandig leven niet veel doen de hele dag. Ze zijn bepaald geen liefhebber van energieverbruikende inspanningen. Natuurlijk, bepaalde dingen moeten gedaan worden. Zoals daar zijn:


- Het gebied moet dagelijks nagelopen worden om de controle op voedselbronnen te behouden, concurrenten te identificeren en eventuele mogelijkheden om de eigen genen door te geven op tijd waar te nemen. Dit gebied rondstruinen vindt echter op geen enkele wijze in looppas plaats, maar in plaats daarvan langzamer, met veel neuswerk, zeg snuffelen.


- De voedselvoorziening moet worden gewaarborgd. Er wordt dus veel tijd besteed aan de verwerving en de opname van voedsel.


- Bij voldoende voedselvoorraad wordt ook wel eens kort gespeeld. Hoe jonger het dier, hoe waarschijnlijker.


- Sociale interacties met andere honden zijn niet zo gebruikelijk als je zou denken. Andere honden kunnen als concurrenten (vaak), potentiële seksuele partners (meer zelden) of als een buddy / vriend / speelkameraad gezien worden. Er worden geen permanente roedelstructuren opgebouwd!


- De rest van de tijd wordt met rusten en slapen doorgebracht. Waarbij 'de rest van de tijd' een verkeerde uitdrukking is, omdat het met tot wel 18 uur (!) gaat over het leeuwendeel van de dag.


Dus wat kunnen we hieruit voor het dagelijks leven met onze honden voor conclusies trekken?


- Veel rust! Veel meer rust dan dat we onszelf als mensen ooit zouden gunnen. En ook werkelijk rust in die zin, dat de hond de mogelijkheid heeft om zich terug te trekken op een geschikte plaats.


- Wandelingen (in de ogen van de hond: gebiedscontrolepatrouilles) moeten minder aan de afgelegde afstand dan aan de grondigheid worden afgemeten. De hond moet de kans krijgen om zijn gebied uitgebreid met de neus te verkennen. Dus beter niet altijd 'vooruit met flinke pas'; richt je liever meer op het tempo van de hond, vooral als die aangelijnd is. Neuswerk is hersenwerk en zeer boeiend voor de hond.


- Een hond hoeft echt niet met alle andere honden door een deur te kunnen, zonder dat het eens wat ruwer wordt. Andere honden zijn in zijn ogen vooral concurrenten. Heb je een exemplaar dat dit wat serieuzer neemt dan andere, laat je dan niet aanpraten dat het verkeerd is om - afhankelijk van je buikgevoel - het contact met andere honden soms niet toe te laten of te stoppen. Het wijdverbreide geloof dat de honden het onderling wel regelen, heeft al vaak geleid tot tranen, dierenartsbezoeken en gerechtelijke geschillen. Wanneer de honden namelijk daadwerkelijk soort-specifiek, dus met hun tanden, de zaken regelen, wordt de bloedige uitkomst meestal juist door degene die daarover vooraf zo gemakkelijk deed helemaal niet geaccepteerd...


- Overwerk je hond niet! Behendigheid, mantrailing, reddingshondenwerk, flyball, coursing, frisbee, enz. - dat is allemaal goed en wel, maar alleen zolang het gaat om de hond en niet om het bevredigen van de eigen ambities. Honden hebben op zich niet zoveel actie nodig als we geloven of ons laten aanpraten.
Neem het voorbeeld van de beroemde Border Collie, die zogenaamd enkele uren per dag bezigheid moet krijgen opdat hij geen gevaarlijke kolder in z'n kop krijgt. Dit omdat hij in zijn land van oorsprong gebruikt wordt als zeer gespecialiseerde herdershond en de hele dag van de herder met verschillende fluitsignalen instructies krijgt. Het is waar: dat is mentaal en fysiek hard werk. Maar moeten we dat zo ongeveer kopiëren om deze hond tevreden te stellen?
Wat doet eigenlijk een Border Collie in de winter, wanneer de schapen in de stal zijn en niet gehoed hoeven te worden? Nou, als een typische seizoenarbeider is hij dan werkloos. In het ideale geval gedraagt hij zich dan als een Italiaanse straathond: hij trekt om de huizen, op zoek naar iets te knabbelen, kijkt naar de meisjes of jongens, en verder ligt of slaapt hij wat. Krijgt hij daarvan kolder in z'n kop? Nope! Kolder in z'n kop krijgt met veel grotere waarschijnlijkheid wanneer hij met bepaalde activiteiten is opgejut en daaraan verslaafd is gemaakt. Dan heeft hij (evenals bijvoorbeeld veel Terriërs) duidelijk de ingrediënten van hyperactieve actiejunkie, die helemaal geen rust meer vindt en tenslotte kampt met psychische problemen...


- Overtrain je hond niet! Er zijn eigenlijk maar een paar signalen, instructies, commando's, opdrachten (kies zelf welke term het beste bij je past), die een hond noodzakelijk moet beheersen, zodat je hem veilig en maatschappelijk aanvaardbaar kunt meenemen. Als je hem tussendoor ook los van de lijn wilt laten, moet hij op een signaal of op je roepen betrouwbaar bij je terugkomen. Aangelijnd of niet, moet hij in staat zijn zich dicht bij je van punt A naar punt B te verplaatsen. Hij moet op jouw aangeven gaan zitten of liggen, en op een gekozen plaats kunnen blijven gedurende een bepaalde tijd. Dat is eigenlijk alles.
Natuurlijk, er is niets op tegen om je hond in de loop der tijd voor de lol veel meer te leren, maar maak daarvan geen 'heilig moeten'.


Laten we elkaar goed begrijpen: dit is niet bedoeld als pleidooi om activiteiten in te perken die beide partijen, dus zowel hond als eigenaar, plezier geven. Zoals spelen, sporten, wandelen, zwemmen of wat dan ook. We moeten er naar mijn mening alleen telkens over nadenken, of we wellicht onze eigen hectische levensstijl en ons door anderen aangeprate en rijkelijk overtrokken verwachtingen op de hond overdragen. En hem daarmee hopeloos overvragen. Daarom: blijf ontspannen, en vooral geen stress!

Ralph Rückert, dierenarts, 11-02-2015
http://www.tierarzt-rueckert.de/blog/details.php?Kunde=1489&Modul=3&ID=19106